Podiumdier

Dit ben ik ook. Entertainer, zangeres en soms malleliedjesmaker. Niet als carrière, wel als een van de vele dingen die ik vol overgave doe. Omdat ik graag creëer, wil maken, omdat ik van het podium hou en van voor groepen staan.

Nee, het is niet mijn dagelijkse job, maar ik neem de skills en het plezier wel mee in mijn werk. Daarom heet mijn bedrijf ook Jeanette Croezen&. Mijn naam voor wie ik ben, de & voor wat ik doe, wat altijd in het verlengde ligt van het eerste.

Hoop kun je trainen

crop barista putting signboard with open inscription on glass wall

Het puzzelt me al een tijdje waar die mateloze woede in de samenleving toch door wordt gevoed. Waar die vandaan komt is minder hoge wiskunde. Angst. Het is puur Maslov, als er aan de poten van je bestaan gezaagd wordt en je ervaart de regering, de instanties als de boosdoener, dan richt zich de woede tegen een gezamenlijke vijand. Maar die woede wordt gevoed, verspreidt zich steeds meer en ook om steeds ‘kleinere’ dingen. Tussen aanhalingstekens, want het wordt niet als klein gevoeld natuurlijk.

Vanmorgen las ik dit artikel in Trouw en ik denk dat daar een grote angel zit. De online bubbel als perceptie van een binnenwereld, waardoor mensen niet meer kunnen omgaan met andersdenkenden. “Mensen leveren zich uit aan machten in het publieke domein, waardoor ze de controle verliezen over hun persoonlijke ruimte. Iemand die heel zijn intieme leven in de openbare ruimte gooit, geeft ook zijn privacy weg. (…) Gevestigde media doen aan die vervaging van grenzen mee, spreken hun publiek met ‘jij’ en ‘je’ aan. Daarmee heffen we de sociale distantie op die het mogelijk maakt om de publieke ruimte relatief objectief te houden. Die distantie zorgde vroeger voor gereserveerdheid en matiging van emoties. Die zijn verdwenen. (…) Mensen verwachten van het publieke domein de instemming van een binnenwereld en kunnen elkaar steeds minder goed verdragen.”

Daarom pleit ik ook altijd voor dialoog en verbinding in plaats van debat, wat tegenwoordig toch vaak meningenschieten is. Stefan Hertmans noemt in het interview ook nog even de G1000, waar mensen door loting, uit alle lagen van de bevolking ineens samen over gedeelde vraagstukken konden spreken. En dat werkt, dat hebben wij als G1000-organisatie in Coevorden ook gemerkt. Qua concrete projecten leverde het misschien minder op dan mensen verwachtten, maar in de verbinding en het buiten de bubbel treden des te meer.

Stefan Hertmans ziet in hoop het antwoord. “Woede is rauwe energie, hoop is een attitude. Het goede nieuws is: die kun je trainen.” En ik denk ook dat die hoop er is. Want hoe hard de maatschappij nu ook lijkt, onder alle haat en geschreeuw zit nog altijd een mens. Een mens dat liefde en aandacht nodig heeft, dat gehoord wil worden en de angst weggenomen. En dat gaat niet als je in een bubbel elkaars gelijk alleen maar bevestigt. Juist door die hand te reiken, voorbij de verschillen naar de mens te kijken, kun je het tij keren.

Ontwapend

silhouette of a woman in dress running

Bonsgonzend komt de ruimte dichterbij.
Het raam onthult de pakkenzwerm,
waar donkerblauw schakeert met grijzen,
in een muur van ingewijdenroezemoes.

Mijn wapen is de diepe adem.
De borstkast tot glimlachpantser
gespannen opblaasmoed. Ongenaakbaar,
onaanraakbare borst vol durf.

Ademteugend de deuropening
passeren in schoorvoetpas.
Stap voor stap voor stap voor stapje
met zuurstofkracht als tegenovermacht.

Maar de muur blijft muur blijft botsgevaarte,
blijkt stoïcijns in hermetiek
en prikt het gecomprimeerde aanpasbravoure
lek; de pose verschrompelt tot echt.

Teruggeworpen in het vloeibare eigen,
niet te plooien naar vierkant geprots,
klotsend tegen strakke mores
golven de wil en energie weg. Weg!

Weg moet ik, weg naar buiten,
de schoorvoeten rennen de vluchtweg op.
Links de trap op, rechts de trap af,
de buitendeur openzwaait de verlossing.

Fris briest de avondwind welkom,
de uitblaas maakt de borstkas zacht.
En vanaf het kadebankje gooi ik het pantser
de rivier in. Nooit meer opblazen.

Fulltime

building steps architecture interior

Het is het stokpaardjes van een aantal columnisten en nu de druk op de arbeidsmarkt wel erg groot wordt, schreeuwen ze alleen maar harder dat we allemaal meer uren moeten werken. Iedereen moet bijdragen aan de maatschappij en in hun beperkte denken kan dat alleen door de week vol te proppen betaalde arbeid.

Ik vrees echter dat de maatschappij nog veel harder gaat rammelen als het all work no play wordt. Niet alleen gaat het ten koste van de gezondheid, het werkgeluk en daarmee de productiviteit en de economie, maar ook van andere belangrijke pijlers die de samenleving vormgeven: zorg, cultuur, sport, natuur en het verenigingsleven.

Door alle bezuinigingen in de zorg, komen steeds meer zorgtaken terecht bij naaste familie en vrijwilligers. Maar niet alleen dat, de talenten die mensen hebben om hun werk te doen, zetten ze ook met veel liefde en bevlogenheid vrijwillig in bij scholen, theaters, sportverenigingen, evenementen, politiek, maatschappelijke initiatieven, natuurclubs, liefdadigheidsinstellingen etc..

Een wereld waarin alleen maar geld verdiend wordt, is een schrale en de focus op meermeermeer doet onze maatschappij aan alle kanten piepen en kraken. Je moet er toch niet aan denken dat er straks naast al dat gepiep en gekraak geen lucht meer is om ontspannen te ademen, om de ziel te voeden, om lief te hebben en te spelen?

[nav dit artikel]

Lang leve het amateurisme

photo of flock of birds in the sky

“Waarom staat er levensamateur in de bio van je LinkedIn en Twitter?”

Guido Rijnja zette ooit dit prachtigs op Twitter. Dit is hoe ik het leven wil aangaan. Dat geldt ook voor mensen, relaties en daarmee mijn werk. Zonder verwachtingen, zonder labels, onbevangen, open en vrij.
Het leven heeft me daardoor meerdere malen verrast. Ik doe daarom ook niet aan programma’s, producten en diensten, ik heb geen elevator pitch. Noem het maar amateurisme, graag zelfs.

Ik ben vol overgave een levensamateur.