Blog

Voilá, niet bij de bakker

person mixing dough

Een tijdje terug was op social media de hashtag #bijdebakker trending. Bottom line was dat creatieven met enige regelmaat de vraag krijgen om iets gratis of voor een habbekrats te doen. “Het lijkt ons zo leuk om daar dan live muziek bij te hebben. Je snapt dat we er helaas geen budget voor hebben, maar de naam van jullie band / ensemble komt natuurlijk wel onder ogen van alle bezoekers. En natuurlijk krijgen jullie wel consumptiebonnen.” Er is geen bakker die je een brood meegeeft als je zegt het niet te kunnen betalen, maar waarom wordt dat wel van artiesten en muzikanten verwacht?

Nu ben ik geen groots zangeres en momenteel ook muzikantloos, maar ik moest hieraan denken toen ik een nieuw liedje aan het instuderen was. Voilá, het prachtige songfestivalliedje van Barbara Pravi. Ik spreek een aardig woordje Frans, ik ben dol op chanson en deze ligt me qua bereik wel, maar ik ben er nog lang niet. De timing is houterig, de melodie zit er nog niet goed in, de tekst ken ik nog niet goed, waardoor de uitspraak magertjes is en het is allemaal nog niet geautomatiseerd genoeg om de boodschap echt uit te kunnen dragen. Kortom, voor ik zo’n liedje echt naar tevredenheid kan zingen, ben ik weken verder.

Dus als je een artiest vraagt: ‘wil je een half uurtje komen optreden, maar we hebben geen budget’, realiseer je dan goed dat je eigenlijk een bakker vraagt gratis krentenbollen weg te geven.

In de tussentijd ben ik gewoon lekker voor mezelf, zonder winstoogmerk, het liedje aan het instuderen. Geen idee of ik er ooit mee ga optreden, maar ik geniet er zo ontzettend van. En hoe dat dan klinkt? Nou eeh… zo.

Waarom ik je nauwelijks app

Ik haat WhatsApp. There, I said it. Hoewel ik een groot fan ben van digitaal werken, haat ik WhatsApp. In zoverre, als het gaat om oprecht contact. Om dingen te regelen, even kort wat af te spreken of een link of fotootje te sturen, is het een prima medium. Snel, toegankelijk en de ontvanger leest het in zijn of haar eigen tijd. Heeft het haast, dan bel ik, maar anders is het een berichtje tikken en klaar.

Maar voor echte gesprekken heeft WhatsApp alle charme verloren. Ondanks mijn gevoeligheid en intuïtie waardoor ik veel uit de getypte woorden kan lezen, bots ik telkens weer keihard tegen de letters op het scherm. Ik mis stem, ik mis gezicht, ik mis non-verbaal, ik mis mens.

Toen WhatsApp er net was, kon ik uren praten. Uren die bij teruglezen in 10 minuten tekst waren gestopt. Toch maakte al dat kijken naar ‘…aan het typen’ en de mogelijkheid om je woorden zorgvuldig te kiezen het tot een boeiende manier van interactie. De gesprekken ging wel wat dieper soms, maar de laatste jaren begon het steeds meer te wringen.

Ik kwam steeds dichter bij mezelf en daar waar het mijn diepste kwetsbaarheid raakt, voldoen getypte woorden ineens niet meer. Taal vervormt en beknot en legt daardoor een sluier over het meest wezenlijke van intermenselijk contact. Zonder stem, zonder ogen, zonder tastbare aanwezigheid laat je je gevoelens tot stof verwaaien en weet je niet welk deel aan de andere kant van het scherm neerdwarrelt.

En dus blokkeer ik, vindt de heelheid van mijn gevoel zijn weg niet en sneuvelt echt contact op de barrière van het telefoonschermpje. Als een soort versterking van mijn muurtje dat ik zo graag afgebroken wil zien.

Nature does not hurry…

person walking between green forest trees

…yet everything is accomplished.

Zo sprak Loa Tzu. En zo is het ook met mijn websiteavonturen.
Daar waar langzaam helderheid ontstaat, volgt een gevulde website vanzelf.